Veldonderzoek langs de A4

07-05-2019 355 keer bekeken

Vleermuizen, vogels, eekhoorns en wilde orchideeën. Er leven allerlei dieren en planten langs de A4. Om te bepalen wat voor invloed de nieuwe weg heeft op de omgeving, is het belangrijk dat we alle beschermde dier- en plantensoorten in kaart brengen.

Jurrien Kooijman is ecoloog en doet veldonderzoek langs de A4. Hij is onderdeel van het ecologenteam dat de mogelijke effecten van de weg op de natuur in kaart brengt en maatregelen tegen die effecten uitwerkt. ‘We hebben eerst bureauonderzoek gedaan. We keken daarbij hoe de natuurgebieden precies liggen en ook naar wat er al door natuurliefhebbers in kaart is gebracht. Op deze manier kregen wij een beeld van wat we kunnen aantreffen in het gebied.’

Nesten zoeken
De ecoloog is in januari begonnen met het veldonderzoek. In deze periode zit er nog weinig groen aan de bomen en kun je dus goed nesten zoeken. Tijdens het onderzoek loopt Kooijman door het gebied en noteert hij alles wat hij ziet. ‘Ik noteer mijn bevindingen in coördinaten die ik later weer invoer in een kaartensysteem. Op deze manier komt alle informatie overzichtelijk bij elkaar.’

Beschermde diersoorten
Het is belangrijk dat we de nesten langs de A4 in kaart brengen. Er zijn namelijk vogels, zoals de Ooievaar en de Buizerd, die het hele jaar door beschermd zijn. ‘Deze vogels broeden elk jaar op dezelfde plek. Je mag zo’n nest daarom niet zomaar weghalen’, vertelt Kooijman. ‘Mocht het echt nodig zijn om het nest te verwijderen, dan heb je een ontheffing nodig. Het kan soms wel een half jaar duren voordat je die hebt. Dat is een van de redenen dat we nu al begonnen zijn met het veldonderzoek. Het te laat aanvragen van vergunningen en ontheffingen kan ervoor zorgen dat het hele proces vertraging oploopt.’

Ook vleermuizen zijn beschermde diersoorten waar rekening mee moet worden gehouden. De onderzoeken naar deze dieren lopen van mei tot ongeveer november. ‘Vleermuisonderzoek vindt altijd ’s nachts plaats. We kijken wat mogelijke vliegroutes en foerageergebieden, gebieden waar ze eten vinden, zijn en brengen onder andere lichtverstoring of extra barrières van deze vliegroutes in kaart. Ook noteren we hun verblijfplaatsen.’

Water en planten
Veldonderzoek is meer dan alleen onderzoek doen naar dieren, benadrukt Kooijman. ‘We kijken ook naar planten, struiken en bomen bijvoorbeeld. Zo verwachten we een wilde orchidee te gaan vinden. En we kijken naar het water in het gebied. Is het water geschikt om beschermde amfibieën in te verwachten?

Tot slot kijken Kooijman en zijn team naar stikstof. ‘Meer verkeer betekent meer stikstof. We berekenen of er door de nieuwe weg een toename is van stikstof in stikstofgevoelige natuurgebieden. En zo ja: hoeveel en heeft dat invloed op de natuur?’

Uitvliegende jongen
Het veldonderzoek gaat nog het hele jaar door. ‘Je moet de natuur in de juiste periode onderzoeken. En sommige diersoorten bestuderen we op meerdere momenten in het jaar. We gaan straks in de zomer bijvoorbeeld bekijken of de nesten die we gevonden hebben, ook daadwerkelijk gebruikt zijn. We gaan dan kijken of er jongen uit het nest vliegen.’